Auteur: Dana de Gier
Eerste publicatie: 01/01/2008
Taal: Nederlands
Origineel gepubliceerd in: Danswetenschap in Nederland - Deel 5
Beschikbaar gemaakt door: Bloemlezing Vereniging voor Dansonderzoek (VDO)
Thema's: Education Research and Application
Media: article

Dit artikel is eerder verschenen in: Linden, M. van der, L. Wildschut, J. Zeijlemaker (eds.) (2008), Danswetenschap in Nederland – Deel 5. Vereniging voor Dansonderzoek, pp.140-144

Ruim één miljoen Nederlanders volgen in hun vrije tijd dansles. Dit geldt niet alleen voor volwassenen, maar vooral ook voor jongeren. De afgelopen jaren zijn er talloze dansvormen bijgekomen en kunnen jongeren kiezen uit de meest uiteenlopende vormen van dans. Doordat er zoveel keuzemogelijkheden zijn, kunnen jongeren als ze willen gemakkelijk switchen naar een andere dansles of – school (het was voorafgaand aan het onderzoek niet bekend in hoeverre dit in de praktijk gebeurt). Daarbij opgeteld de toenemende mondigheid en zelfstandigheid van jongeren, maakt dat het niet langer vanzelfsprekend is dat jongeren gedurende lange tijd aan één dansvorm blijven gebonden.

Voor de dansdocent en de dansscholen is dit een lastig fenomeen. Voor hen is het immers van belang dat zij (zoveel mogelijk) leerlingen aan zich weten te binden. Het is daarom wenselijk inzicht te krijgen hoe en waarom jongeren kiezen voor een bepaalde dansles.

Hoe oriënteren jongeren zich binnen het grote aanbod van dansvormen en waarom kiezen ze voor een bepaalde dansvorm? Wat verwachten ze van de danslessen en van de docent? Deze vragen liggen ten grondslag aan mijn doctoraalonderzoek. Daarbij heb ik gekeken naar de dertien- tot achttienjarige ‘dansconsumenten’ in de regio Utrecht.

Methodiek
Het onderzoek bestaat uit twee delen: een literatuurstudie en een empirisch onderzoek met behulp van vragenlijsten. De literatuurstudie dient als theoretisch kader en heeft betrekking op drie onderwerpen: jeugdcultuur, theorieën over leerprocessen en methoden om dans te leren. Hieruit is een vragenlijst gedestilleerd. De vragen hebben betrekking op zes onderwerpen: algemene gegevens, de oriëntatie van jongeren op het dansaanbod, de kennis van het aanbod in de omgeving, de redenen om te kiezen voor de dansvorm, de danslespraktijk en de eigenschappen van de dansdocent. De vragenlijsten zijn verspreid onder jongeren in de leeftijd dertien tot en met achttien jaar op twintig verschillende dansscholen in Utrecht, Nieuwegein, Houten, Zeist, Amersfoort, Woerden, Soest en de Bilt. In totaal hebben 308 jongeren de vragenlijst ingevuld.

Algemene gegevens
Onder de 308 jongeren die de vragenlijst hebben ingevuld, bevinden zich 284 meisjes. Hoewel de dansscholen zijn verspreid over slechts negen steden, zijn de respondenten verspreid over 28 woonplaatsen. Het grootste deel van de respondenten woont in Utrecht, namelijk 32,1%. Driekwart van de respondenten volgt de dansles in zijn of haar woonplaats. De respondenten dansen bij twintig verschillende dansscholen verspreid over de regio Utrecht. De verdeling van de respondenten over de dansvormen die zijn gerepresenteerd, is terug te vinden in figuur 1. Hieruit valt af te lezen dat de meeste jongeren streetdance of klassiek ballet volgen.

Figuur 1: verdeling van de respondenten over de dansvormen (N=308)

Aangezien een groot deel van de onderzochte danslessen bestaat uit een combinatie van dansvormen, is er bij het onderzoek voor gekozen om de dansvormen onder te brengen in clusters:

–         cluster urban (52,9%): streetdance, hiphop, breakdance, clipdance
–         cluster klassiek/modern (17,9%): klassiek ballet, moderne dans
–         cluster volksdansen (6,2%): volksdans, flamenco
–         cluster stijldansen (4,5%): stijldansen
–         cluster showdansen (17,2%): jazz, showdance, musicaldans

De oriëntatie van jongeren op het dansaanbod
Er is onderzocht hoe jongeren zich oriënteren op het dansaanbod. Welke informatiebronnen gebruiken ze en is die keuze bewust of per toeval? De respondenten blijken hun informatie voornamelijk te halen bij vrienden en maken gebruik van internet en mond-tot-mondreclame. School en gedrukte media als posters en flyers worden daarentegen nauwelijks als informatiebron gebruikt. Er is hierbij weinig verschil tussen de verschillende clusters van dansvormen. Alleen respondenten die een vorm uit het cluster klassiek/modern volgen, raadplegen (ook) ouders en andere familieleden. Een kwart van de respondenten geeft aan hun ouders per toeval als informatiebron te hebben gebruikt, slechts weinig respondenten gebruiken hun ouders bewust als informatiebron. De invloed van ouders neemt steeds verder af naarmate de respondenten ouder worden.

De kennis van het aanbod in de omgeving
Over het algemeen weten de respondenten van de meeste dansvormen wel dat ze in hun omgeving aan worden geboden. De dansvormen die het meest worden aangeboden op de onderzochte dansscholen, zijn streetdance, klassiek ballet en jazz. Van deze vormen weten veel respondenten dat ze te volgen zijn. Volksdansen wordt ook redelijk veel aangeboden, maar slechts 22,1% van de respondenten weet hiervan. Hiphop wordt daarentegen nauwelijks aangeboden, terwijl 59,7% weet dat het te volgen is in de omgeving. Dansvormen waarvan de respondenten niet weten dat ze te volgen zijn, worden overigens niet allemaal gemist in het aanbod. Het lijkt erop dat de jongeren redelijk tevreden zijn met de hoeveelheid dansvormen in het aanbod.

De gegevens over het dansaanbod zijn in het onderzoek ook gekoppeld aan de woonplaatsen van de respondenten. Hieruit is gebleken dat de respondenten uit Utrecht, Nieuwegein, Zeist en Amersfoort die hun dansvorm in een andere stad volgen, dit aanbod ook in hun eigen stad kunnen vinden. De respondenten uit Zeist, Amersfoort en Utrecht geven aan dansvormen te missen in het aanbod, terwijl die vormen wel in hun omgeving worden aangeboden. Hier kan mogelijk worden gewerkt aan betere informatievoorziening.

De redenen om te kiezen voor de dansvorm
Om te onderzoeken wat de motivaties van jongeren zijn om een bepaalde dansvorm te gaan volgen, zijn dertien mogelijke redenen in de vragenlijst opgenomen. Gekoppeld aan de clusters van dansvormen zijn de meest voorkomende redenen (waarbij 4 = heel belangrijk):

Cluster urban:
1. ik vind het de leukste dansvorm (3,7)
2. ik wil optreden voor publiek (3,3)
3. ik wil aan mijn conditie werken (3,3)

Cluster klassiek/modern:
1. ik vind het de leukste dansvorm (3,3)
2. ik wil aan mijn conditie werken (3,1)
3. ik wil optreden voor publiek (3,0)

Cluster volksdansen:
1. ik ben geïnteresseerd in dansvormen uit andere culturen (3,5)
2. ik vind het de leukste dansvorm (3,0)
3. mijn vrienden beoefenen deze dansvorm ook (2,8)

Cluster stijldansen:
1. ik vind het de leukste dansvorm (3,0)
2. ik wil aan mijn conditie werken (3,0)
3. ik wil meedoen aan wedstrijden (2,6)

Cluster showdansen:
1. ik wil optreden voor publiek (3,4)
2. ik vind het de leukste dansvorm (3,3)
3. ik wil aan mijn conditie werken (3,2)

Opvallend hierbij is dat de respondenten aangeven niet vanwege vrienden voor een bepaalde dansvorm te kiezen. Dit terwijl zij vrienden wel veelvuldig als informatiebron gebruiken. Jongeren blijken toch het vaakst voor een bepaalde dansvorm te kiezen omdat die favoriet is.

De danslespraktijk
Uit de literatuurstudie is een aantal doelen en onderdelen die de danslespraktijk kan bevatten, geselecteerd. De respondenten is gevraagd welke van deze lesdoelen/onderdelen zij belangrijk vinden en welke voorkomen in de dansles die zij volgen. Hieruit is gebleken dat ze het aanleren van techniek het belangrijkste lesdoel/onderdeel vinden. Dit aspect komt in het merendeel van de lessen aan bod. Verder vinden ze werken aan de conditie, optreden voor publiek, gewoon lekker bewegen en een warming-up belangrijk. Deze lesdoelen/onderdelen komen in de lespraktijk het meeste voor. De respondenten uit de clusters van dansvormen vinden veelal dezelfde lesdoelen/onderdelen belangrijk.

Uitzonderingen zijn vooral te vinden bij volksdansen en klassiek/modern, zoals het belang van respectievelijk doordansen van bestaande dansen en het dansen met een partner.

Verder is gekeken of een aantal specifieke lesmethoden wordt toegepast, te weten het midway-model (Smith-Autard, 2002), de op Bergman (1991, 2003) en Stenvers, De Raad & Van Espenet (1991) gebaseerde dans in samenhangmethode en peer coaching. Uit het onderzoek blijkt dat het midway-model en de dans in samenhang-methode niet veel worden toegepast in de danslespraktijk. Samenwerken met medeleerlingen, wat een vorm van peer coaching is, komt in alle lespraktijken veel aan bod.

De eigenschappen van de dansdocent
Tot slot is gekeken welke eigenschappen van de docent jongeren belangrijk vinden en in welke mate dansdocenten deze eigenschappen volgens de jongeren bezitten. Driekwart van de respondenten vindt het belangrijk dat de docent zorgt voor een positieve groepssfeer. Andere belangrijke eigenschappen die een dansdocent moet hebben, zijn volgens de respondenten: goed uitleggen, open staan voor vragen, enthousiast zijn, motiveren, aandacht hebben voor iedere leerling en veel op muziek laten dansen. Deze eigenschappen komen volgens de respondenten in de praktijk veel voor. De respondenten uit de verschillende clusters van dansvormen vinden veelal dezelfde eigenschappen van de docent belangrijk. Uitzonderingen zijn vooral te vinden bij klassiek/modern, urban dance en volksdansen. Zo vinden de jongeren het bij klassiek/modern belangrijk dat de docent streng is, bij urban dance dat de docent op de hoogte is van wat speelt bij de jeugd en bij volksdansen dat de achtergerond van de dans wordt uitgelegd.

Conclusie en aanbevelingen Uit de resultaten van dit empirisch onderzoek is gebleken dat veel jongeren hun dansvorm al langer dan twee jaar beoefenen. Dit spreekt, ironisch genoeg, het beeld van snel van dansvorm wisselende jongeren tegen, zoals eerder uiteengezet. Volgens de resultaten valt het mee met de wisselvalligheid van de jongeren en zijn de meeste dansscholen in staat om leerlingen voor een langere periode aan zich te binden.

Desondanks kan op basis van de resultaten van het empirisch onderzoek een aantal aanbevelingen worden geformuleerd. Deze aanbevelingen kunnen dansscholen houvast bieden bij bijvoorbeeld het werven van nieuwe leerlingen, de aan te bieden dansvormen en de opbouw van de danslessen.

  • Zorg voor een aantrekkelijke website met voldoende informatie, die regelmatig wordt bijgehouden.
  • Stuur leerlingen berichtjes via e-mail die ze kunnen doorsturen naar hun vrienden die nog niet op dansles zitten.
  • Organiseer een open les, geef workshops en demonstraties in de omgeving.
  • Zorg dat je altijd voldoende informatie geeft over de manier waarop wordt lesgegeven.
  • Wees voorzichtig met het aanbieden van nog meer nieuwe (combinatie)vormen; de jongeren zijn al redelijk verzadigd door het aanbod van dansvormen.
  • Zorg dat de dansschool een goed imago heeft in de omgeving.
  • Jongeren moeten de dansvorm leuk vinden. Zorg er dus voor dat hun enthousiasme continu wordt geprikkeld en vraag regelmatig wat hun wensen zijn.
  • Onthoud dat het niet de informatiebron is die jongeren over de streep trekt, maar de dansvorm zelf en de wijze waarop wordt lesgegeven.
  • Jongeren willen optreden voor publiek, dus organiseer kijklessen voor vrienden en familie en sluit het seizoen af met een spectaculaire voorstelling.
  • Bouw conditieoefeningen in de les in.
  • Probeer meer vormen van peer coaching toe te passen in de les: laat jongeren elkaar bijvoorbeeld bekijken en coachen.
  • Vraag van tijd tot tijd aan de leerlingen of ze tevreden zijn met de les: missen ze iets?

***

Dit artikel is gebaseerd op:
Voeten van de vloer! Een onderzoek naar de motivaties en behoeften van jongeren met betrekking tot de danslespraktijk. MA scriptie, Theaterwetenschap, Universiteit Utrecht

***

Bronnen

  • Bergman, V. (1991). Dat doet dansen. Leidraad voor dans in de basisschool. Utrecht: Landelijk Ondersteuningsinstituut Kunstzinnige Vorming.
  • Bergman, V. (2003). Dans in samenhang. Een flexibele methodiek. Utrecht: De Kunstconnectie.
  • Smith-Autard, J. (2002) [1993]. The art of dance in education. Londen: Black. Stenvers, M., Raad, E. de., & Espen, R. van (1991). Dans in samenhang. Vijf benaderingen van danseducatie. Utrecht: Landelijk Ondersteuningsinstituut
  • Kunstzinnige Vorming.
> Deel op Facebook > Deel op Twitter > Deel via e-mail