Auteur: Marieke van Delft
Eerste publicatie: 01/01/2017
Taal: Nederlands
Origineel gepubliceerd in: Danswetenschap in Nederland - Deel 7
Beschikbaar gemaakt door: Bloemlezing Vereniging voor Dansonderzoek (VDO)
Media: article

Dit artikel is eerder verschenen in: Nieuwboer, B., L. Wildschut en W. Zoet (eds.) (2012), Danswetenschap in Nederland – Deel 7. Vereniging voor Dansonderzoek, pp.123-128

Het afzetten tegen virtuositeit, regels, oppervlakkigheid, schoonheid en het tonen van lichamelijk kunnen was een belangrijk thema in het werk van Yvonne Rainer, Amerikaans choreografe en één van de oprichters van het Judson Dance Theatre (1962-1964). Zij inspireerde een hele generatie ‘(…) van postmoderne choreografen om te breken met de virtuositeit, glamour, het spektakel en de andere conventies van ballet en moderne dans’ (Farmer, 2006, p. 20, eigen vertaling).

Het grote nee tegen virtuositeit verdwijnt in de 21e eeuw. Er zijn nieuwe, positievere geluiden. Het ontbreekt echter aan een duidelijk nieuw standpunt over virtuositeit in de hedendaagse dans[i]. Daarom heb ik mijn masteronderzoek gewijd aan het in kaart brengen van deze nieuwe geluiden om toch een samenhangend beeld te krijgen. Dit heb ik gedaan vanuit een affirmatief oogpunt: Is virtuositeit in de hedendaagse dans aanwezig en zo ja, hoe?

De eerste stap was een literatuurstudie, op basis waarvan ik het theoretisch kader heb gevormd. Daaropvolgend voerde ik een kwalitatief onderzoek uit onder negen smaakmakers[ii] van de hedendaagse dans. Ten slotte heb ik de uitkomsten van de literatuurstudie en die van het kwalitatief onderzoek met elkaar vergeleken in een case study van vijf verschillende hedendaagse voorstellingen.

De virtuoze danser
Het theoretisch kader is gebaseerd op het werk van Anya Peterson Royce en Vernon Alfred Howard en beantwoordt twee vragen: wat is (de essentie van) virtuositeit en wat zijn de observeerbare kenmerken van virtuositeit?

In antwoord op de eerste vraag benadrukken de auteurs dat virtuositeit zich pas manifesteert op het moment dat het publiek oordeelt dat het getoonde virtuoos is. Howard stelt daarnaast dat dit oordeel consensus moet zijn van een publiek dat bestaat uit kenners. Alleen de danser, niet de maker van het werk,  kan dit oordeel verkrijgen. Ook zou virtuositeit slechts bestaan op het moment van de voorstelling; in het samenkomen van de performer, het medium en het publiek. Het antwoord op vraag twee bestaat uit de verschillende observeerbare kenmerken van virtuositeit die de auteurs benoemen, weergegeven in een analysemodel (figuur 1.1).

Eén van de meest relevante kenmerken is dat wat Peterson Royce nonchalance noemt: ‘The performance must appear effortless, full of intensity and empty of tension’ (Peterson Royce, 2004, p.33), en wat Howard definieert als de balans tussen pronken en devotie. De danser toont zijn kunnen met een nonchalant gemak, terwijl er tegelijkertijd een bepaalde bescheidenheid en devotie aan het werk aanwezig is.

Een tweede relevant kenmerk is technisch meesterschap. Peterson Royce ziet virtuositeit als de hoogste vorm van technisch meesterschap, de eerste stap op de ladder naar het hoogst haalbare: kunstenaarschap. Howard vindt dit een minimalistische kijk op virtuositeit: virtuositeit is juist de sublieme samenvoeging van technisch meesterschap en kunstenaarschap. Ondanks dit verschil in benadering is voor beide auteurs technisch meesterschap een zeer belangrijk kenmerk van virtuositeit.

Muzikaliteit draagt ten slotte bij aan een virtuoze prestatie wanneer de danser in staat is dynamische variatie aan te brengen, met telling weet te spelen en een geheel, een doorgaande lijn, in de bewegingen weet te creëren (Peterson Royce).

Beide auteurs richten zich sterk op het klassiek ballet en andere traditionele theatervormen. Met enkel het analysemodel kan daarom de aanwezigheid van virtuositeit in hedendaagse dans niet vastgesteld worden. Daarnaast is een consensus van kenners binnen het vakgebied nodig om virtuositeit vast te stellen, zoals Howard aangeeft. Aanleiding om negen smaakmakers[iii] binnen de hedendaagse dans naar hun visie op virtuositeit te vragen.

Smaken verschillen
Negen deelnemers beantwoordden tien open en gesloten vragen over virtuositeit,  gebaseerd op het analysemodel. Een voorbeeld van een stelling: ‘Virtuositeit bestaat alleen in vastgelegde danstechnieken’, met daarop de vervolgvragen: ‘Zo ja, aan welke technieken denkt u?’ en ‘Zo nee, hoe herkent u virtuositeit in een voorstelling niet gerelateerd aan een vastgelegde techniek?’ De verschillende kenmerken die de deelnemers naar voren brachten zijn met elkaar vergeleken en waar consensus bestond, heb ik de kenmerken toegevoegd aan het analysemodel (figuur 1.2).

Een opvallend resultaat is ‘wie of wat’ virtuoos kan zijn. Zowel Howard als Peterson Royce menen dat virtuositeit (slechts) een eigenschap is van een danser. Onder de smaakmakers vindt een groter percentage (78%) dat een choreografie virtuoos kan zijn, dan dat virtuositeit een eigenschap kan zijn van een danser (67%).

Een tweede opvallend resultaat is dat de smaakmakers vooral de intentionele, inhoudelijke kwaliteiten van de danser als relevant zien voor het vaststellen van virtuositeit. Voor sommige smaakmakers is technisch meesterschap zelfs irrelevant geworden.

Daarnaast is de nonchalance, de balans tussen pronken en devotie verschoven naar een totaalengagement van de danser. De danser toont het eigen kunnen niet meer, maar stelt zichzelf volledig in dienst van het werk. Ook opvallend is de nadruk die veel smaakmakers leggen op het ‘waarachtig maken van het moment van make-believe’ (anonieme deelnemer). We geloven dat wat ons getoond wordt, er is sprake van een ‘suspension of disbelief’.

Met het totaalengagement van de danser en de introductie van de mogelijkheid tot een virtuoze choreografie zien we een verschuivende focus van het technische kunnen van de danser naar de artistieke kwaliteit van de choreografie.

Virtuoso HEADS and bodies
Om te duiden hoe de meningen van de theoretici en de smaakmakers zich daadwerkelijk verhouden tot de hedendaagse dans heb ik het analysemodel getoetst aan de hand van een vijftal casestudy’s. Deze voorstellingen zijn: Entity (2008) van Wayne McGregor, What a body you have, honey (2001) van Eszter Salamon, Dreamsketch van David Middendorp, Wholehearted (2011) van Mor Shani en HEADS (2005) van Anouk van Dijk.[iv]

Opvallend is dat de voorstellingen slecht te analyseren zijn vanuit het perspectief van de theoretici. Het is niet zozeer dat de kenmerken niet aanwezig zijn, maar meer dat de kenmerken zo ver weg staan van het getoonde dat ze slecht te vertalen zijn. Hoe toetsen we muzikaliteit als er geen muziek is? Hoe toetsen we technisch meesterschap als er geen sprake is van een gecodificeerde techniek? De grote uitzondering op deze conclusie is HEADS van Anouk van Dijk, de enige voorstelling die gebruik maakt van een vastgelegde techniek.[v] In deze voorstelling kun je de dansers met elkaar vergelijken en zien wie de techniek het sterkst beheerst, wie er het meeste nonchalance heeft en wie het meeste charisma.

Vanuit het perspectief van de smaakmakers zijn drie voorstellingen (deels) virtuoos: Entity, What a body you have, honey en Wholehearted. De drie voorstellingen die virtuositeit bevatten, voldeden aan de kenmerken van volledig engagement van de danser (de uitputtende fysieke strijd van de dansers van Wholehearted), kunstenaarschap en het spelen met verwachtingen (de fysieke en illusionaire mogelijkheid tot het transformeren van het menselijk lichaam van Eszter Salamon) en virtuositeit in compositie (het volledig unisono uitvoeren van extreem snelle en complexe bewegingen in het werk van Wayne McGregor).

Het meest interessant is de gemene deler tussen de voorstellingen die wel en niet als virtuoos bestempeld kunnen worden vanuit het perspectief van de smaakmakers. HEADS en Dreamsketch (vanuit het perspectief van de smaakmakers niet virtuoos) zijn voorstellingen die bij de toeschouwer een cognitieve reflectie oproepen. HEADS vraagt de toeschouwer keuzes te maken door de fragmentarische structuur en te reflecteren op verschillende gelijktijdige boodschappen. Dreamsketch confronteert de toeschouwer met de beperking van de werkelijkheid door naast de fysiek aanwezige danser een projectie van deze danser te tonen, die geen last heeft van menselijke beperkingen zoals de zwaartekracht. De gemene deler van het stimuleren van de cognitieve reflectie in de voorstellingen die geen virtuositeit bevatten doet vermoeden dat virtuositeit zich niet manifesteert wanneer deze cognitieve reflectie plaatsvindt.

Dit vermoeden wordt versterkt wanneer we kijken naar de gemene deler van de momenten die vanuit het perspectief van de smaakmakers wél virtuoos zijn. Virtuositeit manifesteert zich in deze drie voorstellingen wanneer alle elementen samenwerken aan het construeren van een eenduidige ervaring bij de toeschouwer. De toeschouwer hoeft geen keuzes te maken of te reflecteren maar kan het moment ervaren. Eén van de deelnemers aan het onderzoek noemde deze ervaring ‘het waarachtig maken van make-believe’. Deze ervaring vindt voornamelijk plaats met de zintuigen, het meebewegen, het voelen kloppen van een versnelde hartslag. We hoeven het niet te begrijpen of te beredeneren want we ‘zijn’ er.

De ervaring van het hier en nu
De observeerbare kenmerken van virtuositeit zijn veranderd. Het klassiek ballet kent andere virtuoze kenmerken dan de hedendaagse dans. Het analysemodel van de smaakmakers toont dat op de hedendaagse virtuoze momenten de zintuiglijke en niet de cognitieve ervaring van de toeschouwer wordt aangesproken. De theoretici, noemen deze momenten echter ook wanneer ze verwijzen naar virtuositeit in het klassieke ballet: naar adem snakken, kippenvel, volledig stil vallen. Hoewel de kenmerken veranderd zijn, is de ervaring van virtuositeit gelijk gebleven. Volgens Howard bestaat virtuositeit slechts op het moment van uitvoeren en het perspectief van de smaakmakers toont ons dat virtuositeit ons brengt in het moment van uitvoeren. Het ervaren van virtuositeit is het ervaren van het hier en nu.

***

Dit artikel is gebaseerd op:
Het tegenovergestelde van hoofdpijn, een onderzoek naar de aanwezigheid van virtuositeit in hedendaagse dans
MA Scriptie, Theaterwetenschap, Universiteit Utrecht, 2012

***

[i] Ik kies ervoor het begrip hedendaagse dans te gebruiken zoals Isabella Lanz en Katie Verstockt dit doen in Hedendaagse dans in Nederland en Vlaanderen (2003) Zij verwijzen naar het actuele danslandschap en de eigentijdse wereld van de dans. Dans die heden ten dage plaatsvindt. Hedendaagse dans niet als stroming, maar als periode. Daarnaast beperk ik mij tot Europese producties die hun wortels hebben in het (afzetten tegen) klassiek ballet.

[ii] Met smaakmakers van de hedendaagse dans verwijs ik naar de personen die op dit moment het gezicht van de hedendaagse dans vormen: choreografen, artistiek leiders en recensenten.

[iii] Het vermogen te spelen met de telling van de muziek en de mogelijkheid dansfrases te verbinden tot een logisch geheel.

[iv] Een allographische voorstelling is een voorstelling met een onafhankelijke identiteit, bijvoorbeeld een script of bladmuziek.

[v] Deelnemers: twee choreografen (Yuri Bongers en Fernando Belfiore), één artistiek leider (Kristin de Groot) en vier choreografen die ook artistiek leider zijn (Suzy Blok, Nishant Bola, Rinus Sprong en Conny Janssen). Eén choreograaf en de recensent kozen ervoor anoniem te blijven.

[vi] Deze keuzes zijn gebaseerd op een indeling van verschillende hedendaagse dansvormen die Philippe Noisette maakt in zijn boek Talk about contemporary dance (2011). Vanuit deze indeling heb ik slechts voor de categorieën gekozen die hun geschiedenis kennen in de westerse theaterdans, met hun wortels in het (afzetten tegen) het klassieke ballet. De categorieën zijn: erotiek en naaktheid (Wholehearted), minimalisme (What a body you have, honey), auteur-choreografen (HEADS), virtualiteit (Dreamsketch) en dans die danst (Entity).

[vii] Volgens Peterson Royce kan een prestatie slechts virtuoos zijn wanneer het vergeleken kan worden met een vastgelegde (gecodificeerde) techniek, zoals het klassieke ballet.

Bronnen

  • Farmer, A. (2006). Yes to virtuosity!. Dance Magazine, p. 20
  • Howard, V. A. (2008). Charm and Speed: virtuosity in the performing arts. New York: Peter Lang Publishing, Inc.
  • Lanz, I. and K. Verstockt. (2003). Hedendaagse dans in Nederland en Vlaanderen. Rekkem: 'Stichting Ons Erfdeel vzw'
  • Noisette, P. (2011). Talk About Contemporary Dance. Paris: Flammarion
  • Peterson Royce, A. (2004). Anthropology of the Performing Arts. Lanham: AltaMira Press
  • Entity – Wayne McGregor | Random Dance – 2008 (Voorstelling)
  • What a body you have, honey – Ezster Salamon, Le Kwatt en in situ productions – 2001 (Voorstelling)
  • Dreamsketch – David Middendorp, Ballet Theater Muenchen – 2003 (Voorstelling)
  • Wholehearted – Mor Shani, Dansateliers – 2011 (Voorstelling)
  • HEADS – anoukvandijk dc - 2005 (Voorstelling)
> Deel op Facebook > Deel op Twitter > Deel via e-mail