Auteur: Vera de Vlieger
Eerste publicatie: 01/01/2008
Taal: Nederlands
Origineel gepubliceerd in: Danswetenschap in Nederland - Deel 5
Beschikbaar gemaakt door: Bloemlezing Vereniging voor Dansonderzoek (VDO)
Media: article

Dit artikel is eerder verschenen in: Linden, M. van der, L. Wildschut, J. Zeijlemaker (eds.) (2008), Danswetenschap in Nederland – Deel 5. Vereniging voor Dansonderzoek, pp.159-162

De dansdramaturg krijgt tegenwoordig steeds meer voet aan de grond in Nederland. Hierdoor ontstaat een behoefte aan een specifiek idioom, aan termen die een dansdramaturg kan gebruiken om aspecten van beweging in taal te kunnen benoemen en analyseren. De analyse van de waarneembare aspecten van dans kan dienen als argument om de adviezen en opmerkingen van de dramaturg te onderbouwen. Hierdoor wordt de feedback die een dramaturg een choreograaf geeft minder subjectief en krijgen de opmerkingen meer diepgang en een steviger fundament.

Ter afsluiting van mijn studie Theaterwetenschap aan de Universiteit van Utrecht en ter verdieping van mijn dramaturgie-stages bij Dylan Newcomb en Peggy Olislaegers heb ik onderzoek gedaan naar een van de aspecten van dansanalyse die voor een dansdramaturg van belang is: tonus. Tonus oftewel spierspanning wordt door dansers vrijwel altijd onbewust ingezet. Dansers gebruiken hun spieren om bewegingen uit te voeren. Soms spannen ze hun spieren meer aan dan nodig is om een bepaalde beweging uit te voeren. Dit kan tot gevolg hebben dat er een zekere lading op de beweging komt te liggen en dat een toeschouwer dit op een bepaalde manier gaat interpreteren. De beweging krijgt onbewust een bijbedoeling. Het is belangrijk dat een choreograaf zich hiervan bewust is. Een dramaturg kan hem hierop wijzen. De choreograaf kan vervolgens overwegen of hij de beweging op deze manier wil laten uitvoeren of dat de tonus van de danser omlaag gebracht dient te worden. Soms wordt er juist bewust een zekere tonus aan een beweging toegevoegd om die een bepaalde lading te geven. De beweging krijgt dan een zekere kwaliteit die de betekenis van de beweging in een bepaalde richting stuurt.

Onderzoek
Tijdens mijn onderzoek ben ik ingegaan op de fysiologische kenmerken van tonus, op de mogelijkheden om tonus in te zetten in moderne dans en hoe een specifiek gebruik van tonus de betekenis die aan bewegingen wordt toegekend kan beïnvloeden. Mijn onderzoeksvraag is:

Op welke manier kan een bepaald gebruik van tonus in moderne dans van invloed zijn op de betekenis die aan die dans wordt toegekend?

Het begrip tonus is vooral bekend in de medische en aanverwante wetenschappen. In de dansgerelateerde literatuur heb ik hier niets over terug kunnen vinden. Om een helder beeld te kunnen schetsen van dit begrip heb ik medische naslagwerken (ref) en woordenboeken bestudeerd. Vervolgens heb ik specialisten uit het veld geïnterviewd, lessen geobserveerd bij de ArtEZ Dansacademie in Arnhem en een uitgebreide analyse gemaakt van het tonusgebruik in de voorstelling Burn van Dylan Newcomb.

Tonus
De medische betekenis van tonus is de spanning in levend weefsel, maar het begrip tonus wordt vooral gebruikt om de spierspanning aan te geven (Winkler Prins medische encyclopedie, 2004). De spieren die gebruikt worden om het lichaam te bewegen zijn de willekeurige dwarsgestreepte spieren, ofwel de skeletspieren. Tijdens het bewegen zal er vrijwel altijd sprake zijn van auxotone spiercontracties; de spieren nemen dan zowel in lengte af als in spanning toe. Als een deel van het lichaam beweegt, dan zijn de spieren in het hele lichaam actief (Langford, 2001).

Een spier heeft een bepaalde basisspanning, ook wanneer hij niet in contractie is. Deze spierspanning dient om de spier op ieder moment paraat te houden om samen te kunnen trekken, maar ook om het lichaam bij elkaar te houden en alle botten en organen op de juiste plaats te houden. Het lichaam behoudt door deze basisspierspanning zijn vorm en houding. De spanning in de spieren staat niet op zichzelf, maar staat altijd in verband met de spanning in het overige weefsel. Bij een hogere spiertonus, zal de huid strakker gespannen zijn, het hart sneller kloppen, de lichaamstemperatuur oplopen en de ademhaling versnellen (Pierce & Pierce, 1989; Langford, 2001).

Ik heb een onderverdeling gemaakt in verschillende categorieën of varianten van tonus . Ten eerste kan er worden gesproken over functionele spierspanning. Dit is de spanning die nodig is om te bewegen of bijvoorbeeld dingen op te tillen. Het is de spanning die het lichaam nodig heeft om taken uit te voeren. De spiertonus verhoogt bij iedere beweging die een mens maakt. Bij een verhoging van de spiertonus wordt een spier harder (Langford, 2001).

De tweede tonusvariant is de persoonlijke of representatietonus. Deze tonus verschilt van persoon tot persoon en is onder andere afhankelijk van gemoed, stemming, gevoel, emotie en temperament en de situatie waarin de persoon verkeert. Een persoon die zich gemakkelijk ergens thuisvoelt heeft een lagere normale tonus dan een persoon waarbij dit niet het geval is. Dit verschil in basistonus is ook afhankelijk van de hoeveelheid werk die een spier uit moet voeren (Veldman, 1987). Iemand die op het land werkt zal dus een andere basisspanning hebben, dan een persoon die op kantoor werkt en zich verplaatst per auto.

Er is naar mijn mening nog een derde tonusvariant; dit is de tonus die een persoon zelf kan toevoegen. Deze spierspanning is niet nodig om bewegingen uit te voeren en behoort ook niet bij de persoonlijke tonus. Soms zal er onbewust tonus aan een beweging toegevoegd worden; iemand gebruikt bijvoorbeeld meer kracht dan nodig is om een bepaalde beweging uit te voeren. Meestal zal deze tonus echter bewust worden toegevoegd aan beweging: iemand laat bijvoorbeeld zijn spierballen zien.

Tonus in dans
In de moderne dans bestaan er verschillende technieken die zijn gebaseerd op de tegenstelling spanning en ontspanning. Het gebruik van tonus verschilt dus per danstaal. Tonus kan zowel bewust als onbewust worden ingezet. De tonus kan worden gezien als de spanning in het gehele lichaam, maar ook als de spanning in een deel van het lichaam. Tijdens het dansen is soms bedoeld of onbedoeld de persoonlijke tonus van de danser zichtbaar door het materiaal heen, bijvoorbeeld als een danser gestrest is of als een danser bij het uitvoeren van dagelijkse bewegingen in een dans zijn persoonlijke tonus inzet.

Op de dansacademies wordt veel aandacht aan de spiertonus besteed, al wordt de term tonus vrijwel nooit gebruikt. De focus ligt op het zo efficiënt mogelijk inzetten van spierspanning. Sommige bewegingen kunnen beter worden uitgevoerd als bepaalde spieren worden ontspannen. Door de tonus in het centrum van het lichaam stabiel te houden is het mogelijk sneller en explosiever te bewegen en heeft de danser meer controle over zijn bewegingen en is meer in balans. De spieren die betrokken zijn bij de ademhaling kunnen worden gebruikt om bewegingen een emotionele spanning mee te geven. Soms wordt er bewust tonus toegevoegd aan beweging om er een bepaalde kwaliteit aan mee te geven, bijvoorbeeld bij bewegingen uitgevoerd alsof ze onder water plaatsvinden.

Tonus in dansdramaturgie
Tonus kan niet als een los aspect geanalyseerd worden, omdat de betekenis altijd afhankelijk is van de context. Tonus staat niet los van de andere bewegingsaspecten. Als dansdramaturg kun je op verschillende manieren kijken naar het gebruik van tonus in dans. Meestal wordt het gebruik van tonus aan het einde van een maakproces benoemd om ruis uit de voorstelling te halen, het is niet erg gebruikelijk om al op voorhand beslissingen te nemen over het gebruik van tonus in dans.

Als dansdramaturg kun je analyseren of er sprake is van een juist functioneel gebruik van tonus, of de persoonlijke tonus van de dansers zichtbaar is of dat er tonus wordt toegevoegd aan een bepaalde beweging. De dansdramaturg zal zich altijd afvragen of iets de bedoeling is of dat het een onbewuste keuze van de maker betreft. Een afwijkend tonusgebruik is vaak het gevolg van iets, bijvoorbeeld van een bepaalde aanwijzing van de choreograaf. Sommig tonusgebruik past niet in een bepaalde context: het is bijvoorbeeld vreemd om in een abstracte dans, de persoonlijke tonus van de danser te zien. In een unisono-dans wordt vaak gestreefd naar uniformiteit en dus een gelijkwaardigheid in tonus. Tonus die onbewust hoger of lager is dan de bedoeling is kan ruis of onduidelijkheid veroorzaken in de dans: de tonus van de dansers kan bijvoorbeeld verschuiven in de loop van een stuk of er kan specifiek tonusgebruik van andere danstalen aanwezig zijn in de bewegingen van de dansers waardoor de dans vragen oproept bij het publiek.

Een code in de moderne dans is dat de dansers na afloop van het stuk hun persoonlijke tonus aannemen. Vaak is dit voor het publiek een teken dat de  voorstelling is afgelopen. Als een danser al eerder in het stuk een persoonlijke tonus aanneemt kan dit tot verwarring bij het publiek leiden. De dansdramaturg kan de dansers bewust maken van hun specifieke gebruik van tonus in de dans, zodat zij dit bewust kunnen hanteren en de bewegingen helder kunnen maken.

Indien het gebruik van tonus ruis veroorzaakt, tot onduidelijkheden en vragen leidt of indien het aanpassen van de tonus wellicht een oplossing kan vormen voor een bepaald probleem, kun je als dansdramaturg de choreograaf hiervan bewust maken en eventueel suggesties doen om de situatie te veranderen. Door de tonus op een bewuster niveau te hanteren wordt de dans helderder en dramaturgisch vaak scherper of spannender.

***

Dit artikel is gebaseerd op:
Spanning! Tonus als dansdramaturgisch aspect
MA scriptie, Theaterwetenschap, Universiteit Utrecht

***

Bronnen

  • Langford, E. (2001). Denken en bewegen: een handboek voor coördinatie en evenwicht. Leuven/Apeldoorn: Garant.
  • Pierce, A. & Pierce, R. (1989). Expressive movement: posture and action in daily life, sports and the performing arts. New York: Plenum Press.
  • Veldman, F. (1987). Haptonomie: wetenschap van de affectiviteit. Utrecht: Bijleveld.
  • Winkler Prins medische encyclopedie (2004). Utrecht: Uitgeverij Het Spectrum bv.
> Deel op Facebook > Deel op Twitter > Deel via e-mail